Grijzemuizenmasker

“Is da speciaal voor carnaval?” wijst een klant naar mijn haardos. Eigenlijk wil ik de korte ja-weg volgen. Het makkelijke pad bewandelen. Want achter een nee kan ik nog zó veel andere woorden uitspreken. Ik hou het voorlopig op een “nee, ik heb altijd felgekleurde haren” en rond af met een vriendelijke glimlach. Maar voel me vooral gegeneerd.

Doorheen het jaar weerklinkt er soms “Ist carnaval ofwa?” in de straten. Gewoon, wanneer ik mijn linker- en rechterbeen afzonderlijk van elkaar beweeg. Zoals veel andere mensen dat ook doen. Ik vrees dat het over mij gaat. Maar negeer het. Omdat het toch geen zin heeft om te reageren.

Ook blikken kruisen mijn gezichtsveld. Dagelijks. Vuile blikken, vol ongeloof. Vol afschuw. Bange blikken. Of net minachtend. Soms verdwijnt een blik in een gefluister naar andermans oor. Of als een pulsachtige elleboogstoot, gevolgd door een hoofdgebaar in mijn richting. Een schaterlach of een luide opmerking van stemmen waarvan de baard net de keel is ingeglipt.

Een bende Chirojongens die me “MY LITTLE PONYYYYY HAHA” naar het hoofd slingert. En dat onder toezicht van hun met-piemel-getatoeëerde-leiding. Want voor hen blijk ik een act op te voeren. Voor hun leedvermaak zit ik fulltime in een carnavalskostuum. Of zo zien zij dat toch.

Niets is minder waar, 21 jaar van m’n leven heb ik wél met een masker rondgelopen. Jarenlang mezelf fysiek proberen voordoen als een ander om toch maar in die grijzemuizenmassa te passen. Om niet beoordeeld te worden. Veroordeeld. Bevooroordeeld.
Terwijl mijn innerlijke creativiteit hunkerde naar een uiterlijk evenbeeld, zette ik elke dag weer een masker op. Hakken. Blazer. Lange lokken. Net genoeg make-up op de snoet, die nooit volledig als de mijne aanvoelde.

En nu. Wanneer ik mijn volledige masker heb afgezet en mij eindelijk durf uiten, eindelijk mezelf durf te zijn. Word ik elke dag aangestaard. De hypocrisie doordrong mij dit weekend in Aalst. Waar anderen zich dezer dagen bewust voordoen als een ander. Waar ze zichzelf in een carnavalskostuum hijsen. Ze zich even iemand anders wanen. Iemand die ze liever willen zijn; of net niet.

Die Chirojongens van daarnet hebben zich hoogstwaarschijnlijk ook verkleed. Vermomd in een andere gedaante. Zo vluchten ze even weg uit de realiteit. Maar ’s avonds trekken zij dat kostuum simpelweg uit. En zetten ze hun stalen oogkleppen, die alleen bekrompen voor zich laten staren, weer op.
Ze eigenen zichzelf het recht toe om anderen uit te schelden. Gewoon omdat wij wel zonder masker de straat op gaan. Omdat wij onszelf niet meer willen verloochenen. En dat terwijl zij momenteel zelf rondhuppelen in hun carnavalsoutfit. Dat. Ja, dat. Vind ik egoïsme tot op het bot.

Nee, ik blijf liever rondlopen zonder grijzemuizenmasker. En die vuile blikken, die neem ik er gewoon bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *